Spel en instructie

2003

Het zeilen kan op verschillende manieren worden geleerd. Tot nu toe is nog nooit aangetoond welke manier het beste is. Wel is het zo, dat alle vormen hun eigen bestaansgronden hebben en daarom ook naast elkaar worden gebruikt.
Deze vormen zijn:
– zeilschool: een gerichte periode waarin op pedagogisch-didactische grondslag, op het aanleren van kennis en vaardigheden gerichte activiteiten voor de groep en de leden worden georganiseerd;
– spelenderwijs: de waterscouts bepalen samen met de leiding zelf wat ze gaan doen en krijgen gaandeweg en haast onbedoeld, ervaring met en kennis van het roeien of zeilen;
– ervaringsgericht: dit is een variant op beide. Hierin bepaalt de leiding in overleg met de jeugdleden gericht welke activiteiten er worden gedaan. De keuze wordt daarbij mede bepaald door het niveau en de voortgang in de kennis en vaardigheden.
De zeilschoolvorm lijkt het meest efficiënt. Omdat kinderen gewoonlijk al de hele week in een schoolse situatie worden gebracht, heeft deze vorm bij Scouting Nederland toch niet de voorkeur. Desondanks kan een weekje zeilschool een grandioze vakantie opleveren.

De vorm spelenderwijs geeft een grote mate van vrijheid en kan heel leuk zijn. De ervaring leert echter dat de toename van kennis en ervaring niet hard gaat en dat niet alle jeugdleden voldoende oppikken. Waterscoutinggroepen waar het stafteam onvoldoende tijd, creativiteit en ervaring heeft vallen nog al eens terug op deze aanpak. Dat heeft tot gevolg dat er voor de MBL-examens een stoomcursus moet worden georganiseerd om de jeugdleden op voldoende niveau te brengen.

Ervaringsgericht is daarom de vorm die het best bij de activiteiten van een waterspeltak van een scoutinggroep past. Dit gaat gepaard met afwisselende programma’s en activiteiten. Deze aanpak is goed te combineren met het werken met de vorderingenstaten van de CWO. Op dit stramien werd ook het boek Nautische Spelen geschreven. Hierin zijn de spelen ook ingedeelt op CWO-eisen. Dit boek is tevens volledig op internet te bekijken en te downloaden.

Door mee te zeilen leren jeugdleden vanzelf spelenderwijs de onderdelen kennen, de werking van het roer, enzovoort. Na verloop van tijd wil de leiding de puntjes op de i zetten en de waterscouts stimuleren om zich verder in de theorie en praktijk te verdiepen. Bij de activiteiten in de groep speelt de leiding daarop in door bijvoorbeeld:
– bij een tocht ervoor te zorgen dat er geen beweegbare bruggen in de route zitten;
– te doen alsof bepaalde onderdelen van de boot missen, door bijvoorbeeld het roer tijdelijk weg te nemen;
– in een postenspel een aantal nautische posten op te nemen.

In eerste instantie probeert de leiding in de normale groepsactiviteiten, die voor de waterscouts bedacht zijn, de nautische vaardigheden te verwerken. Daarnaast zijn er specifieke activiteiten, die het gericht aanleren van nautische vaardigheden op een leuke manier tot doel hebben.

CWO-niveau’s

CWO-diploma’s zijn ontwikkeld om in één cursusweek of één vaarseizoen te kunnen halen. De waterscout ziet zelf snel resultaat en zal eerder gemotiveerd zijn om een volgende stap te zetten.
Doordat zeer duidelijk is wat de volgende stap is, heeft de waterscout een houvast en een afgeperkte doelstelling. Deze doelstelling kan dan binnen redelijke tijd, gedurende de gewone activiteiten worden gerealiseerd.
Doordat alle activiteiten modulair zijn opgebouwd, zijn de stappen voor vrijwel elk jeugdlid haalbaar.

Verantwoordelijkheden bij het varen

2003 LA Scouting Nederland / Livingstonegroep

Schrijf hier jouw reactie