Herinneringen van opper Jan Hollander (1951-1960)

Naar aanleiding van het 75 jarig bestaan van de Livingstonegroep wil ik mijn herinneringen aan de groep op papier zetten en een aanzet geven tot een historisch overzicht. Ik kan niet instaan voor de exacte data maar in grote lijnen zal de onderstaande geschiedenis kloppen. Misschien kunnen/willen anderen het overzicht corrigeren en/of aanvullen.

1951: In september (ik was toen 11 jaar) legde ik bij de welpen de belofte af bij akela Dijkstra en werd ingedeeld bij de Futen groep. Wilde zo snel mogelijk naar de zeeverkenners maar moest eerst wachten tot ik 12 jaar oud zou zijn.

1952: Ging met enige ceremonie van de welpen over naar de zeeverkenners. De 3 boten (de Fram; de overmaatse sloep de Njord en de roei/wrik boot Aegir) lagen al in de winterstalling op de Poel, bij de jachthaven aan de Handweg. Schipper was de heer Pluyter. Hij was een gedistingeerde man en woonde bij Plantsoen Laanhorn te Amstelveen.

1953: 1 februari de grote watersnoodramp in Zeeland en Zuid-Holland. De avond daarvoor was er een schaaktoernooi op Jeugddorp waar alle verenigingen aan deelnamen. Ik namens de Livingstonegroep. Aan het einde van de avond stond ik met enige andere spelers bovenaan. Het vervolg van het toernooi heeft nooit plaats gevonden. Besproken werd de mogelijke inzet van de Fram in het watersnood gebied. Maar de boot was niet klaar en de reisafstand te groot. In het voorjaar werden de boten klaar gemaakt voor de tocht van de Poel naar het Nieuwe Meer, door de Hoornsloot. De boten lagen al die jaren zomers in de jachthaven aan het Nieuwe Meer achter de roeibaan. Op bijgaande foto sta ik bij de Njord. De foto is gemaakt vlak voordat de boten van de Poel zouden vertrekken. Ik ben er niet zeker van maar volgens mij vertrok schipper Pluyter dat jaar. Akela Dijkstra nam de honneurs waar.

Njord

1954: Schipper Nico Schaafsma kwam. Hij was jong en vrijgezel. Hij stond niet boven de groep maar maakte er deel van uit. Hij had net zoveel plezier aan allerlei activiteiten als wij. Zo organiseerde hij op winteravonden speurtochten in het Amsterdamse bos (het oude gedeelte bij de Nieuwe Kalfjeslaan) waarbij hij trekrotjes op paden en tussen de bomen spande. Liep je daar in het donker tegen aan dan kreeg je een hevige knal te horen. Nico lachte en de tegenstander wist waar je was. De eerste zo georganiseerde avond leidde tot grote paniek. De boswachters werden opgeroepen om ”stropers” aan te houden. Bij de volgende avonden werden de boswachters van te voren gewaarschuwd. De boten lagen (alleen dat jaar) in de winterstalling in Bovenkerk. Die jachthaven is kort daarna opgeheven. Hij lag aan het uiteinde van de landtong achter de kerk.

1955: De tocht van de Poel naar de Nieuwe Meer in het voorjaar en in de herfst weer terug was een grote onderneming. De verbindingssloot, de Hoornsloot, was te ondiep en de naar bovenkomende modder stonk vreselijk. De sluis bij het Nieuwe Meer werd waarschijnlijk alleen die twee keren per jaar benut en het vergde veel overleg om ze te kunnen gebruiken. De bruggen onder het spoor en Rijksweg bij de Poel waren te laag; de boten moesten naar beneden worden gedrukt om ze onder de bruggen door te krijgen. Die winter lagen de boten weer bij de jachthaven aan de Handweg.

1956: Ik werd bootsman en kreeg de Njord toegewezen. Het was het eerste jaar dat de boten
in de winter ondergebracht werden in een loods aan de Bosbaan, naast de loods van de schermschool. Dat jaar ging wij voor het eerst op zomerkamp.

Wij gingen onder leiding van (alleen!) Nico 2 weken naar Oud- Loosdrecht nabij de jachthaven “De Otter”. Wij kampeerden op een schiereiland aan een verbindingssloot met de grote plas. De drie bootsmannen (ik, Jan Dijkstra zoon van akela Dijkstra en bootsman X) waren verantwoordelijk voor hun bak. Elke bak had zijn eigen tent. Nico sliep in de grote gemeenschappelijke tent. Ik had de Fram dat jaar. Wij beleefden van alles. De Njord sloeg om in de verbindingssloot bij windstil weer, maar werd vakkundig overeind gezet door de bemanning. Nico las ‘s avonds voor uit een spannende detective over de Chinese onderwereld. Op een avond barste een hevig, langdurig onweer over ons los.

1957: Wij gingen voor de tweede keer op zomerkamp naar Loosdrecht. Kampeerden op dezelfde plek als het vorige jaar. Ook de overburen met 2 dochters en 2 Deense doggen waren er weer. Het regende voordurend. Het was een heel natte boel. Er werd door ons voor het eerst rijst gekookt. Toen alle pannen gevuld waren restte alleen de sloot nog voor de berging van de overtollige rijst. Via mijn vader kreeg de Livingstonegroep een eikenhouten vletje van een binnenvaarttanker. Dit bootje werd gebruikt in de haven. Wrikken was de ultieme voortbewegings methode.
De Livingstonegroep kreeg een reddingsloep van de Slamat. Het was een overnaadse houten boot van circa 9 meter lengte. Nico maakte een ontwerp voor een tweemaster. Daarmee zouden wij op het IJsselmeer kunnen gaan varen. De boot werd ondergebracht in een loods op de Bosbaan en werd geheel gestript. Wij werkten er alle winters aan en niet allen op de zaterdag. De koperen klinknagels werden door nieuwe overmaatse klinknagels vervangen. Dat gebeurde op de ouderwetse manier. De oude nagel werd uitgeboord. Het gat werd opgeruimd. De nieuwe nagel verhit en van buiten af door het gat gestoken. Aan de binnen zijde vervolgens werd er de kop op geslagen terwijl de nagel aan de buiten zijde moest worden tegengehouden. Ook werden alle naden gebreeuwd. Wij zijn daar 2 jaar mee bezig geweest om zo de romp te vernieuwen.
1958: Het zomerkamp werd gehouden op de Nieuwkoopse plassen. Met een geleende boot voorzien van een buitenboord motor ging de heenreis via Alphen aan de Rijn. Daar belandde wij, 5 man zonder Nico) ‘s avonds op een tuinfeest. Later die avond vluchtten wij de boten in toen de ouders onverwacht van vakantie thuis kwamen. Maar na van de schrik te zijn bekomen werd het tuinfeest voortgezet. De volgende dag liep de Fram vast onder een brug. De mast, die op een schraag lag brak doormidden. Nog diezelfde dag een nieuwe mast besteld in Nieuwkoop. Door dit akkevietje haalden wij onze kampplaats niet. Overnachten in de boten. Die nacht begon het te regenen en door de gebroken mast zakte het dekzeil door. Gevolg: wakker worden in een natte slaapzak en de rest van de nacht wakker blijven en de spullen proberen te drogen. Het kamp lag aan een zijsloot van de plas voorbij een meisjeskamp, georganiseerd door de VPRO. Op dat kamp waren 50 meisjes met zeil instructeurs die beschikten over 7 BM zeilboten. De rivaliteit tussen beide kampen was groot. Op een nacht ging Nico zwemmend naar het andere kamp. Hij wilde de tent van de kampleiding voorzien van zijn geliefde treklontjes. Hij werd echter betrapt en moest vluchtten met achterlating van zwemspullen. Zondag zouden wij om 14.00 uur naar de kerk gaan in Nieuwkoop. Ook de meisjes zouden daar zijn en de VPRO zou een radio uitzending vanuit de kerk verzorgen. Die ochtend werd er eerst gevaren. Er stak een sterke wind op. Wij zouden ons verzamelen in de jachthaven, maar de Fram kwam niet opdagen. Na de dienst bleek de wind te zijn aangewakkerd tot zware storm. De Fram was nergens te bekennen. Nico besloot om met de motorboot binnendoor naar het kamp te varen. Hoewel mensen het ons afraden voerden wij met de Njord (en met veel bravoer) de haven uit. Door de storm lukte dat echter niet. Voor de wind zeilde de Njord de haven weer in. Wij konden ons alleen redden door midden in de haven te gijpen. Dat lukte. Verderop was een eiland waar wij benedenwinds langs zeilden. Door het wegvallen van de wind klapte de Njord op zijn andere zij. Vanaf de kant leek het of de boot was omgeslagen. Wat wij niet wisten was dat de VPRO dit alles op de radio rechtstreeks uitzond. Dat leidde tot grote onrust bij het thuisfront. Dat het echt ernstig was bleek in de loop van de avond. Het meisjeskamp stond geheel onderwater en moest worden ontruimd. De Fram was aan het begin van de middag aan lagerwal geraakt en over de beschoeiing heen een tiental meters een onder water staande tuin in gevaren en daar vastgelopen. Daardoor werd ook ons kamp vroegtijdig beëindigd. Samen met Nico bracht ik de Aegir en de Njord terug naar huis.
Pas 2 weken later is de Fram met behulp van een drijvende bok uit de tuin getakeld en terug gebracht naar Amstelveen.

1959: Het jubileum jaar. Wij voerden het toneel stuk op van Livingstone in Afrika. Hoewel niet zo bedoeld, werd het door de amateuristische uitvoering een hilarische voorstelling. Nico had privé problemen en stopte als schipper. Hij emigreerde naar Canada. Besloten werd dat de 3 bootsmannen zouden promoveren tot oppers en de leiding zouden overnemen.
Elke zondagochtend kwamen wij in de woning van akela Dijkstra samen en bespraken daar het programma voor de komende weken. Verder werden banden aangeknoopt met een vrouwelijke zeeverkenners groep uit Amsterdam. Zij hadden de beschikking over een motorsloep, een 12- en 16 kwadraatsboot. Samen hielden wij een aantal weekend kampen.
De Slamat werd overgebracht naar onze jachthaven bij het Nieuwe Meer. De romp, kielbalk, de twee mastvoeten en een deel van het dek waren gereed. Het huur bedrag voor een plaats in de loods was zomers niet hoog. Wij hadden echter weinig tijd (en zin) om de boot verder af te bouwen. Ook door het vertrek van Nico nam de animo voor het werk af. Twee buitenstaanders, een man met zijn zoon werkten die zomer aan de boot. Besloten was dat wij geen zomerkamp meer zouden houden maar lange weekend trips. Dit organiseerden wij samen met de vrouwelijke zeeverkenners groep. Zo werd een succesvol Pinksterweekend gehouden op de Vinkeveense plassen. De Fram werd gedurende enige maanden gestald in een jachthaven aan de Ringvaart bij de Westeinderplassen. Tegenover de jachthaven was een bushalte van M&K lijn Amsterdam CS/Amstelveen/Den Haag. Overnacht werd op het kampeereiland. Er kwam een aspirant-schipper. Echter de oppers wilden alleen en zonder deze schipper doorgaan. Zie de foto’s van een weekend Westeinder Plassen.

Na de zomervakantie was het plotseling voorbij. Ik ging werken; Jan Dijkstra ging naar de machinisten school in Amsterdam en de andere opper ging naar de zeevaartschool in Delfzijl. De Slamat had een dek en de boven bouw was gedeeltelijk gereed. De boot werd in een sloot achter de jachthaven gelegd en is daar gezonken. Jaren later heb ik hem daar nog zien liggen. Alleen aan koperen klinknagels moet er voor een kapitaal op de bodem liggen. Akela Dijkstra nam de leiding over. Afscheid hebben wij niet van elkaar genomen. Eerst de examens, dan na het slagen, een korte vakantie en je voorbereiden op jouw nieuwe situatie. Al met al was het een prachtige periode waar ik veel van heb geleerd.

Jan Hollander; Groningen, augustus 2014

3 gedachten over “Herinneringen van opper Jan Hollander (1951-1960)

  1. Jan Hollander, Westerbroek, Groningen

    De hectische zondag op Nieuwkoop was zondag 13juli 1958. De kop van de Telegraaf van maandag 14 juli luidde : STORMDRAMA”S : 4 doden. Op blz. 6 moet ook iets staan over de storm op de Nieuwkoopse Plassen. Jan Hollander

    Reageren
    1. Ab van Ommen

      Ook ik was van de partij en moest wachten op mijn juiste leeftijd van 12 jaar om aan boord te mogen. Jan bedankt voor je mooie verslag van de jeugdjaren waarin ook ik mij kon vinden.

Schrijf hier jouw reactie